Toen mijn auto stilviel, besefte ik dat mijn lichaam al veel langer op de rem trapte.

Over synchroniciteit, vertrouwen en de moed om los te laten.

 

Er zijn momenten in je leven waarop je achteraf beseft dat de verandering niet begon op de dag dat alles stilviel. Ze begon veel eerder.

 

De afgelopen maanden merkte ik dat ik steeds vaker de stilte opzocht. Ik begon te mediteren, deed ademwerk en probeerde steeds opnieuw uit mijn hoofd te zakken en contact te maken met mijn lichaam. Alsof mijn lichaam al wist wat mijn hoofd nog niet kon begrijpen.

 

Toch leefde ik nog vanuit een overtuiging die al jarenlang met mij meereisde: ik moet doorgaan. Want als ik stop, dan heb ik gefaald. Dan voelt het alsof ik niet sterk genoeg ben of alsof het misschien helemaal niet voor mij is weggelegd.

 

Dus ging ik door.

 

Ik ging met plezier naar mijn werk, maar langzaam veranderde er iets. Naast mijn werk kwam de zorg voor mijn vader erbij, terwijl er thuis ook al veel van mij werd gevraagd. Mijn lichaam begon steeds duidelijkere signalen te geven. In twee maanden tijd was ik vier keer ziek en mijn bloeduitslagen lieten zien dat mijn lichaam overbelast was. Toch bleef ik doorgaan. Dat was tenslotte wat ik altijd had gedaan.

 

Op een ochtend bracht ik mijn kinderen naar school. Ik wilde een weg oversteken waar auto's tachtig kilometer per uur rijden. Er was ruim voldoende afstand. Maar precies op dat moment sloeg mijn auto af. Midden op de weg.

 

De auto die nog ver weg leek, kwam ineens angstaanjagend dichtbij. Het gezicht van de bestuurder zie ik nog steeds voor me. En eerlijk gezegd voel ik de spanning nog altijd als ik over datzelfde stuk weg rijd.

 

Achteraf voelde het alsof het leven tegen mij zei: "Nu is het genoeg."

 

Ik zat op dat moment al in de ziektewet, maar ergens wist ik dat ik niet langer kon blijven doen alsof er niets aan de hand was. Ik belde de bedrijfsarts. Er werd mij verteld dat ik voorlopig niet meer mocht werken. Het was te gevaarlijk.

 

Misschien klinkt het vreemd, maar op het moment dat ik dat hoorde, voelde ik geen teleurstelling. Ik voelde opluchting. Alsof ik eindelijk toestemming kreeg om uit te ademen.

 

Diezelfde middag zou ik kennismaken met een nieuwe groep op mijn werk. Toch bleef één vraag steeds terugkomen: Is dit nog wel de plek waar ik werkelijk naartoe wil?

 

Een paar dagen later volgde het gesprek over mijn contract. Eigenlijk wist ik het antwoord al. Mijn contract zou niet worden verlengd.

 

Tot mijn eigen verbazing voelde ik tijdens dat gesprek vooral dankbaarheid. Ik hoorde mezelf zeggen: "Dank jullie wel." Niet omdat ik blij was dat mijn contract stopte, maar omdat ik besefte dat zij een keuze maakten die ik zelf, vanuit angst, nog niet had durven maken. Ik hield vast aan zekerheid, terwijl mijn hart al veel langer een andere richting op wilde.

 

Soms sluit het leven een deur niet om je iets af te nemen. Soms sluit het een deur omdat jij hem zelf nog niet durft dicht te doen.

 

Na dat gesprek ging ik niet meteen op zoek naar antwoorden. Ik ging eerst voelen. Wat wil ík eigenlijk? Welke richting past echt bij mij?

 

Ik stuurde mijn cv op. Niet vanuit paniek, maar vanuit nieuwsgierigheid. Om te ontdekken welke deur zich misschien wilde openen. Binnen één week had ik twee sollicitatiegesprekken. Of dat mijn nieuwe plek wordt? Dat weet ik nog niet. En voor het eerst voelt het goed dat ik dat nog niet weet.

 

De volgende dag luisterde ik in de auto naar een podcast. Precies op dat moment hoorde ik de woorden:

 

"Je lichaam liegt niet. Het is net als een auto. Als je niet luistert naar de kleine signalen, word je uiteindelijk letterlijk stilgezet."

 

Ik kreeg kippenvel.

 

Niet omdat het zo'n mooie zin was, maar omdat het voelde alsof alle puzzelstukjes ineens op hun plek vielen. Mijn lichaam sprak al maanden tegen mij. Door vermoeidheid. Door ziekte. Door spanning. Door de behoefte aan meer rust, meer adem en meer stilte.

 

Ik luisterde alleen nog niet.

 

Vandaag kijk ik anders naar alles wat er is gebeurd. Niet als een reeks tegenslagen, maar als een pad dat zich langzaam ontvouwde. Iedere ontmoeting, ieder signaal en iedere gesloten deur brachten mij een stap dichter bij mezelf.

 

Misschien is dat voor mij wel de betekenis van synchroniciteit. Niet dat alles vooraf vastligt, maar dat het leven voortdurend met ons in gesprek is. En dat we die taal pas leren verstaan wanneer we bereid zijn stil te worden.

 

Ik weet niet wat de komende maanden mij gaan brengen. Maar één ding weet ik inmiddels wel: ik wil nooit meer zo ver van mezelf verwijderd raken dat mijn lichaam mij letterlijk moet stilzetten.

 

Ik kies ervoor om steeds opnieuw terug te keren. Naar mijn lichaam. Naar mijn adem. Naar mijn gevoel. En vooral... naar vertrouwen.

 

Want misschien probeert het leven ons niet tegen te houden.

 

Misschien probeert het ons al die tijd liefdevol thuis te brengen.

 

 

---